Energy

Als heel Nederland zitten we midden in de energietransitie met als einddoel om in 2050 een nagenoeg volledige duurzame energievoorziening te hebben. Hoe richten we deze transitie samen in met energieleveranciers, netbeheerders, overheden, technologieproviders, burgers en tal van andere partijen? Een ding is duidelijk, we zitten niet in de wachtstand om deze verduurzaming te realiseren. Sterker nog, we zijn bezig met een versnelling. In 2020 is het doel om ‘slechts’ een emissiereductie van 25% te behalen, maar in 2030 moet dat al een reductie van 49% zijn. Op dit moment lopen we echter achter de feiten aan. Recente cijfers van het CBS en het Planbureau voor de Leefomgeving tonen aan dat we de doelstelling voor 2020 naar verwachting niet gaan halen (in 2017 was de reductie 13%). Hetzelfde geldt voor het doel om meer hernieuwbare energie te gebruiken. Hierin neemt Nederland, volgens Eurostat, met slechts 6,6% de laatste plaats in van de EU-lidstaten wat betreft het procentuele gebruik van duurzame energiebronnen. Deze versnelling eist dat bedrijven op zoek moeten naar nieuwe vormen van duurzame energie, we flink moeten gaan investeren in de huidige netten en innovaties om deze energie te kunnen leveren. Daarbij zullen organisaties ook zelf moeten gaan veranderen om ervoor te zorgen dat de energievoorziening in de toekomst nog altijd betrouwbaar en betaalbaar is.

In het verleden kon deze stabiele sector vrij innoveren, ook al leverde dat weinig tot niks op. Zo zijn de volgende initiatieven veelbelovend begonnen, maar gaandeweg viel de opbrengst tegen. Zo lijken ‘slim communicerende’ energiemeters van bepaalde netbeheerders ruim een miljard extra te gaan kosten vanwege conflicten met het Ministerie van Economische Zaken omtrent frequentierechten. Verder wordt er in de energiesector hoopvol uitgekeken naar het gebruik van blockchain toepassingen, maar deze kunnen nog niet optimaal benut worden door de huidige strenge regel- en wetgeving rondom privacy en datagebruik. Daarnaast komt het nog wel eens voor dat bedrijfsonderdelen die gebruikt worden om van te leren, maar uiteindelijk een te groot financieel risico vormen en afgestoten worden zoals het geval was bij Alliander en Allego omtrent het gebruik van laadpalen. Nu staat deze sector zwaar onder druk om de kosten van de energietransitie te beperken. Het eerste succes daarvan zijn wel al zichtbaar. Zo worden er door Vattenfall de eerste subsidievrije windparken op zee gebouwd. Echter blijft het lastig om in een sector die weinig volatiliteit kende om juist nu effectief en efficiënt te veranderen. Zo kon het werk wat uitgevoerd moest worden vaak jaren voorruit gepland worden, maar nu leidt de vraag naar aansluiting op het net tot problemen bij netbeheerders. Dit komt mede doordat organisaties bestaan uit verschillende cocoonen met daarin hun eigen processen en systemen. Dit staat nu allemaal onder enorme verander druk vanwege de versnelling van de energietransitie.